Steeds vaker wordt er binnen gemeenten gesproken over de pedagogische basis. In gemeentelijk beleid wordt veel waarde gehecht aan gezond en veilig opgroeien, met gelijke kansen voor elk kind. Daarvoor is het van belang dat er mogelijkheden zijn voor kinderen om zich te ontwikkelen en talenten te ontdekken. Maar ook dat het voor ouders mogelijk is om laagdrempelig opvoedvragen te stellen en ondersteuning te krijgen waar nodig.
Als overheden en andere partijen aan de slag gaan om de pedagogische basis te versterken, dan wordt vroeg of laat ook de meetvraag gesteld: wat is er te meten en monitoren aan de pedagogische basis?
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vroeg Bureau Anderzoek om dit te verkennen. Daarvoor deden we een literatuurstudie, spraken met vijf experts en legden een eerste gespreksmodel voor aan een groep gemeentelijke onderwijsambtenaren. Ook keken we naar indicatoren die al beschikbaar zijn en werd vanuit algemene inzichten rond meten en monitoren in het sociaal domein beredeneerd waar perspectief ligt, en waar ook niet.
De rapportage is opgenomen in de Samenwerkingsgids Pedagogische basis.